Home » Persoonlijk

Categorie: Persoonlijk

Onze auteurs delen hier hun persoonlijke verhalen en belevenissen.

Studeren met een visuele beperking

Studeren met een visuele beperking #1 – van VSO naar HBO

Volgende week is het zover, dan begin ik aan de laatste lootjes van mijn afstudeertraject. Door de coronacrisis en andere omstandigheden die me vertraagden doe ik er drie maanden langer over, maar als het goed is heb ik in november dan eindelijk mijn fel begeerde bachelor behaald. Mensen reageren vaak met de woorden “wat knap” als ze horen dat ik een reguliere hbo-opleiding volg. Wat knap is sowieso een vaak gehoorde term als je als blinde of slechtziende iets onderneemt, maar goed. Het is echt niet onmogelijk om te studeren met een visuele beperking, maar natuurlijk gaat het niet vanzelf. Dingen die mijn studiegenoten met twee vingers in hun neus zouden kunnen doen, waren voor mij soms behoorlijk pittig. In deze blogserie laat ik je veelvoorkomende uitdagingen zien die ik tijdens het studeren tegen ben gekomen, en hoe ik deze ben aangegaan.

Voortgezet speciaal onderwijs (VSO)

Ik bracht mijn tijd op de havo door op een kleine school voor mensen met een visuele beperking in Zeist. Zelf woonde ik in Hengelo, Overijssel, maar deze speciale school was de dichtstbijzijnde. De hoogste klas van de havo had welgeteld twee leerlingen, mezelf meegerekend. Omdat we de kleinste klas van de school waren, werden we samengevoegd met de havo-klas onder ons, waardoor ons groepje uit vijf leerlingen bestond. Deze omvang is vrij normaal voor een klas in het speciaal onderwijs. Al het lesmateriaal was aangepast aan onze beperking. Bijna alle computers hadden speciale hulpsoftware waardoor ook blinde mensen ze konden bedienen. Was je blind, dan was je één van de velen. Slecht zicht was dat wat ons tot één groep maakte, niet iets wat ons onderscheidde van de rest. Het was een plek waar ik me normaal voelde, gelijk aan ieder ander. De school telde bij elkaar zo’n zeventig leerlingen. Iedereen kende elkaar bij naam. Dit zorgde natuurlijk ook voor een hoog roddelgehalte, zowel binnen als buiten de muren van het schoolgebouw, maar goed, dat hield de boel levendig.

En toen…

Onze leraren hadden ons al gewaarschuwd voor het hoger beroepsonderwijs. Immense gebouwen vol lange gangen met voor ons onleesbare aanwijzingen naar het juiste lokaal. Hordes ‘normale’ studenten aan wie je wat je ‘mankeerde’ herhaaldelijk zou moeten uitleggen. Niet-aangepast studiemateriaal waar je dan zelf achteraan moest. Toetsen die aangepast moesten worden. Medelijden en onbegrip van je medestudenten of docenten. Op het VSO was het onderwijs aangepast op iedere leerling en hielden ze, zoals ze zelf zeiden, “je handje vast”. Op het hbo stond je er alleen voor. Dat was het schrikbeeld dat ze schetsten en ik moet zeggen, grotendeels klopt het wel.

Die overstap van zo’n klein, informeel schooltje naar een enorme instelling vol onbekende ‘zienden’ was overweldigend kan ik je vertellen. Ik had me er geestelijk al op ingesteld en liet me, half murw geslagen door de nieuwe indrukken, voor de eerste dagen op het Saxion meevoeren op de stroom. Dit gevoel valt het best te omschrijven met het idee dat iedereen rende, en ik stilstond. Alles ging vijf keer zo snel dan dat ik gewend was. Ik verdwaalde, vroeg vaker hulp dan prettig voelde en verloor beetje bij beetje mijn onafhankelijkheidsdrang. Ik wilde alles zelf doen, maar dat kon gewoon niet. Ik moest wel een beetje op mijn medestudenten leunen maar kreeg hierdoor ook vaak afwijzingen te verwerken. Op een goede dag kreeg ik van mijn slb’er de kans om uit te leggen wat mijn beperking inhield. Dat was erg prettig en we hadden een goed gesprek met z’n allen. Toch was er ook een studente die zei dat ze me graag wilde helpen, maar dat ze er niet voor gekozen had met mij in de klas te zitten en dat ze er niet altijd voor me kon zijn. Die opmerking, of meer hoe ze deze verwoordde, kwam hard binnen. Natuurlijk was het een hele redelijke opmerking, maar het herinnerde me er toch weer sterk aan dat ik een last voor mijn medestudenten vormde.

Maar aan de andere kant…

Toch waren er zeker wel studenten die erg leuk met me omgingen en met wie ik graag optrok. Studenten die me hielpen en bij wie ik me op mijn gemak en zelfs normaal voelde. In mijn tweede jaar kreeg ik het compliment dat het groepje waarmee ik toen nauw samenwerkte voor een project, soms vergat dat ik slechtziend was. Wat die opmerking suggereert? Dat ik dus normaal functioneerde in de groep en niet voor al te veel belemmeringen zorgde.

Vooral het eerste jaar was voor mij dus een achtbaan aan emoties. Veel nieuwe indrukken en dagen van hoofdpijn en nervositeit waren soms het gevolg. Toen ik mijn geleidehond, Siérra, kreeg, ging het vaak al wat beter, al kwam dit ook omdat mensen sneller met me gingen praten nu ik een hond had. De overstap van het speciaal onderwijs naar regulier onderwijs was heftig, maar niet zo heftig als ik had gevreesd. Want ja, ik vreesde het hbo, wilde er jaren geleden nog niet eens aan denken om na de havo verder te studeren uit angst dat ik met name het sociale leven daar niet kon bijbenen. Ik leg de schuld hiervoor toch wel een beetje bij mijn oude school. Ik kwam uit een beschermde omgeving, met de duistere waarschuwing van mijn leraren echoënd in mijn oren, maar verder geen enkele fatsoenlijke voorbereiding op het woelige hbo. Daar mogen ze op het VSO best wel wat meer aan doen wat mij betreft, hoe eerder, hoe liever. Een voorbeeld: laat de leerlingen in het laatste jaar van de vmbo of havo meer zelf regelen. Geef ze plotseling een studieboek met veel te kleine lettertjes, ik noem maar wat geks. 🙂

Ouderschap met een visuele beperking

Slechtziend en mama? Ja, dat kan!

Even voorstellen, Ik ben Yvonne, 32 jaar, ik ben getrouwd met Nick en wij zijn de trotse ouders van Roan. Ik heb de oogziekte Retinitis Pigmentosa. Hierdoor zie ik met rechts alleen licht en donker. Met links zie ik nog vijf procent in een koker van vijf graden, ik kijk als het ware door een rietje. Daarnaast ben ik nachtblind en heb ik snel last van fel licht. Nick en Roan zien gewoon goed. Ik ben gevraagd om een blog te schrijven over het ouderschap met een visuele beperking. Er bestaan namelijk heel veel misverstanden en vooroordelen over.

Kinderwens

Nick en ik waren het snel eens, wij wilden heel graag een kindje. Gelukkig was de kans dat Roan RP zou krijgen zeer klein, dus toen ik een positieve zwangerschapstest in mijn handen had waren we dolblij.

Vooroordelen

Tijdens de zwangerschap kreeg ik er al mee te maken, mensen die het niet vonden kunnen dat ik een kind zou krijgen. Ik zou niet voor hem kunnen zorgen, het zal wel een ongelukje zijn, je man moet straks alles doen. Dit zijn maar een paar voorbeelden van wat ik heb gehoord. Het ergste vond ik dat iemand zei dat het jammer was dat ik al zo lang zwanger was, want dan kon ik het niet meer laten weghalen.

Roan

Foto van Yvonne met Roan

Op 15 november 2018 na een zwangerschap van 38 weken werd, met een hele snelle bevalling Roan geboren. Hij is perfect, maar dat vind elke ouder van zijn kind. Inmiddels is Roan 21 maanden oud. Hij is een vrolijke, ondernemende dreumes en soms wat eigenwijs, wat hij uiteraard van Nick heeft. Tot nu toe vind ik het super leuk om mama te zijn. Natuurlijk heb ik wel wat uitdagingen gehad, maar daar heb ik steeds een oplossing voor gevonden. Ik kan gewoon volledig voor hem zorgen.

Tips

Tot nu toe heb ik overal een oplossing voor gevonden. Zo neem ik Roan mee in de draagzak of voor kortere stukjes krijgt hij zijn knuffeltuigje om, zodat hij zelf kan lopen. Zorg ervoor dat je een paar mensen in je omgeving hebt waar je op terug kan vallen. Trek je niet teveel aan van wat mensen zeggen. Er is een Facebook groep voor slechtziende en blinde ouders: VIP ouders

Mijn belevenissen volgen?

Wil je mijn belevenissen als slechtziende mama volgen? Je kunt mij op Facebook en Instagram vinden als Mijn Blinde Leven.

Dit artikel werd geschreven door Yvonne Bleijenberg – Stip

Foto van Annemarieke en paard Lex bij de para-dressuur clinic van bonscoach Joyce

Para-dressuur, een gevoelssport

Het enige dat ik kan en mag besturen

Zeer regelmatig krijg ik te horen: wat knap dat je kunt paardrijden terwijl je blind bent! Dan weet ik nooit zo goed wat ik moet zeggen. Voor mij is het vanzelfsprekend: ik doe het al 15 jaar met veel plezier. Ik heb een aangeboren visuele beperking. Momenteel zie ik nog 0,01%, licht, donker en contouren. Bij paardrijden hoef ik mijn zicht nauwelijks te gebruiken: ik kan voelen wat het paard onder mij doet en welk been hij op welk moment optilt of neerzet. Ik kan het ritme voelen en mee bewegen met het ritme. Een veel voorkomende vraag van instructeurs is ook: voel je het verschil?

Para-dressuur

Het enige lastige is dat ik niet kan zien waar we heen rijden. Dit is van belang bij dressuur, waarbij wordt verwacht dat er rechte lijnen gereden worden op de letter. Vroeger kon ik de letters nog een klein beetje waarnemen, maar tegenwoordig is hier geen sprake meer van. Vorig jaar besefte ik dat ik toch echt hulpmiddelen nodig zal hebben als ik verder wil in de wedstrijdsport. Ik heb mij verdiept in de wereld van de para-dressuur waar ik tot dan nog zeer weinig vanaf wist. Ik kwam te weten dat ik mij kon laten keuren bij een oogarts. Aan de hand van de expertise van de oogarts werd bepaald welke hulpmiddelen ik mag gebruiken tijdens wedstrijden en in welke grade ik ingedeeld zal worden. Dit werd bepaald door NOC*NSF en de Koninklijke Nederlandse Hippysche Sportfederatie. Ik kon snel terecht bij de oogarts van Bartiméus en het traject verliep vlot.

Ik heb, zoals dat heet, een dispensatiepas ontvangen waar op staat dat ik gebruik mag maken van ‘callers’, één of meerdere personen die in de rijbak staan een de letters opnoemen waar ik langs rijd. Zo kan ik horen waar ik ben en waar ik heen ga.

De para-dressuur bestaat uit vijf grades, dit houd in dat de ernst van de beperking bepaald in welke grade je wordt ingedeeld. Grade één is zeer ernstig beperkt en grade vijf lichtbeperkt. De proeven van grade één zijn veel lichter dan die van grade vijf. Tot mijn verbazing werd ik ingedeeld in grade vijf, blindheid wordt dus als lichte beperking gezien.

Hulpmiddelen

Er is een stichting genaamd DVB Foundation, bestaande uit een netwerk van sponsoren die ruiters met een beperking een warm hart toedragen. Zij sponsoren hulpmiddelen en lessen voor ruiters met een beperking, bijvoorbeeld een aangepast zadel. Ik heb tien paardrijlessen gesponsord gekregen van een  gerenomeerd instructeur. Hier ben ik zeer dankbaar voor.

Eigen paard

Na lang sparen heb ik eind 2019 een eigen paard gekocht. Natuurlijk had ik alles geregeld wat bij een eigen paard komt kijken. Een stal waar hij zal komen te staan enzovoort. Ik heb voor een pensionstal gekozen waar de stal uitgemest wordt en de paarden gevoert worden. Niet omdat ik lui ben, maar een stal uitmesten is praktisch niet te doen voor mij. Op de tast mestballen opsporen, nee bedankt!

Het gaat erg goed met mijn paard Lex en met onze samenwerking. In het begin was het erg wennen. Lex had nog nooit een zeer slechtziende op zijn rug gehad. Ik geloof dat paarden wel merken dat er iets aan de hand is, maar hoe of wat is moeilijk te begrijpen voor hen.

Mooiste ervaring

In augustus heb ik deel genomen aan een clinnic die gegeven werd door de Nederlandse bonscoach van de para-dressuur, Joyce Heuitink. Op een prachtige accomodatie hebben Lex en ik een introductieproef gereden. Deze werd beoordeeld door Joyce Heuitink waarna ik nog les kreeg van haar. Dit was een zeer leerzame ervaring. Lex en ik gaan nog veel oefenen en verbeteren. Mijn droom is om met de Nederlandse kampioenschappen mee te doen, maar plezier is het aller belangrijkste. Aan plezier ontbreekt het niet, iedere dag ga ik met een grote smile op mijn gezicht naar Lex toe. Rijdend op Lex ben ik even onbeperkt.

Dit artikel werd geschreven door Annemarieke van Bloois

Kustlijn Vlissingen, Zeeland

Mijn zomer in Zeeland

In deze vreemde tijd is het al moeilijker om een vakantie te plannen, laat staan het vinden van een leuke bestemming. En blijf je in Nederland, of waag je de gok en kies je voor het buitenland? Persoonlijk ben ik meer het type vakantievierder in eigen land. Niet alleen omdat het minder gedoe is met reizen, maar ook omdat ik vind dat Nederland ons zoveel moois te bieden heeft. En er zijn nog zoveel plekken waar ik nog nooit ben geweest en zoveel steden om te ontdekken. Toch zijn er altijd plekken en of provincies waar ik naar terugkeer en één daarvan is de provincie Zeeland.

Zeeland, de place to be, of toch nie?

Persoonlijk ben ik echt helemaal fan van deze provincie met zijn mooie natuur, schone stranden en gezellige dorpen en steden. Ik ervaar hier echt het vakantiegevoel, helemaal als ik door een winkelstraat loop, op het strand ben of geniet van een drankje op een terras. Toch zijn er ook mensen die Zeeland echt de saaiste provincie van Nederland vinden, omdat ze er bijvoorbeeld als kind elke vakantie naartoe zijn geweest, of omdat ze het er te rustig vinden. Ja, het is geen Amsterdam of Utrecht, maar ondanks dat het er rustiger is, kan je in de steden en op de stranden ook genoeg vertier vinden. Ik zal hieronder mijn favoriete plaatsen met je delen.

Vlissingen

Ondanks dat ik hier maar één keer geweest ben is dit toch wel mijn favoriet. Alles wat je zoekt op het gebied van winkels, terrasjes en strand komt hier zo mooi bij elkaar. Vooral de boulevard vind ik een erg fijne plek. Als ik in de buurt zou wonen, zou ik daar regelmatig te vinden zijn, op een bankje luisterend naar het rustgevende geluid van de golven van de zee. Verder is er qua restaurants en winkels ook een groot aanbod, dus is het denk ik moeilijk om je snel te vervelen in deze stad.

Sluis

Dit gezellige vestingstadje is de ultieme bestemming voor een dagje shoppen. Ik kom hier regelmatig en het verveeld eigenlijk nooit. Even tussendoor een terrasje pakken, succes met kiezen! Sluis is namelijk niet alleen populair door z’n grote hoeveelheid winkels, maar ook om de vele restaurants die je er kunt vinden.

Goes

Goes is wat mij betreft ook een stad waar je echt een keer geweest moet zijn. Niet alleen behoort de stad door zijn vele winkels, net als Sluis en Middelburg tot de drie belangrijkste winkelsteden van Zeeland, ook door de gezellige markten is Goes erg populair. Het is dus denk ik heel moeilijk om met lege handen thuis te komen na een dagje Goes. Mij is het in ieder geval niet gelukt.

Groede

Strandgangers opgelet! Aan de kust, nabij dit schilderachtige dorp is het echt genieten met een hoofdletter G. Ga lekker zonnen op één van de schoonste stranden van Zeeland, neem een frisse duik in de zee, of geniet op het terras bij het strandpaviljoen van een hapje en een drankje. Ik ben hier vorig jaar geweest en was meteen op mijn gemak door de fijne sfeer. Als je op zoek bent naar het ultieme vakantiegevoel, ga je het in Groede zeker vinden.

Plekken die ik nog wil ontdekken

Toch zijn er ook in Zeeland genoeg plekken waar ik nog niet ben geweest en graag naartoe zou willen, zoals Zierikzee, Renesse, Middelburg en Zoutelande. Ook voor mij dus nog genoeg te ontdekken. Zo zie je maar, je hoeft geen verre en dure reizen te maken voor een fijne vakantie, je kunt ook gewoon naar Zeeland.

Flexitariër - foto van een bord met groenten

De week van een flexitariër

Als ik mensen vertel over mijn eetgewoonte, krijg ik vaak de meest bizarre, beledigende termen naar mijn hoofd geslingerd. De mooiste, meest terugkerende zijn: fakitariër, vage terriër, gelegenheidsvegetariër, nep vegetariër en parttime vegetariër. Ik moet toegeven dat ik die laatste niet eens zo slecht vind en deze zelf ook regelmatig bezig. De officiële term is echter: flexitariër. Ik leg jullie met plezier uit wat dit begrip inhoudt en wat me hiertoe gedreven heeft. Als je dit artikel hebt gelezen, mag je wat mij betreft naar hartenlust de naam eraan geven die je erbij vindt passen.

Wat houdt flexitariër zijn in?

Het woord zegt het eigenlijk al, je eet minder vlees en gaat bewust om met je vleesconsumptie, maar hier ben je wel flexibel in. Het staat je als flexitariër dus vrij om zelf ‘regels’ op te stellen omtrent je vleesconsumptie. Hierbij geldt wel dat je minstens één dag per week vegetarisch eet, een vegadag of vleesloze dag zoals ik deze noem, voor je jezelf flexitariër kunt noemen. De regels die ik voor mezelf heb gesteld zijn: ik eet drie dagen per week vegetarisch. Strikt genomen twee dagen vegetarisch en één dag pescotarisch, dan mag ik van mezelf wel vis eten. Ik hoop dit later, als ik volledig op mezelf woon en iedere dag zelf bepaal wat ik eet, uit te breiden naar vier dagen vegetarisch en één dag pescotarisch.

Verschillende termen

Als ik het met mensen heb over bewust vlees eten en de diëten die daarbij horen, worden sommige termen weleens door elkaar gebruikt. Daarom hier een kort lijstje met de juiste termen bij de juiste betekenis:

  • Vegetariër: iemand die geen vlees of vis eet;
  • Veganist: iemand die helemaal geen dierlijke producten eet of drinkt, dus ook geen kaas, eieren of melk;
  • Flexitariër: wat ik dus ben, iemand die bewust minder vlees eet;
  • Pescotariër: iemand die geen vlees eet, maar wel vis.

Bij alle eetgewoonten heb je natuurlijk verschillende gradaties. Er zijn vegetariërs die ook dierlijke vetten mijden en geen vleesvervangers willen eten die bereid zijn in dezelfde pan als echt vlees, en vegetariërs die daar minder moeilijk over doen. Flexitariërs kunnen ook veganistische dagen hebben… tja, het is natuurlijk een vrij land, dus hoe je het voor jezelf invult is aan jou.

Waarom zou je jezelf dit aandoen?

Een vraag die ik van menig vleesverslinder voor mijn kiezen krijg. De meest voor de hand liggende reden, dat het vreselijk is voor de ontelbare dieren die jaarlijks worden geslacht voor ons genot, speelt zeker een rol. Maar voor mij is de voornaamste reden, waardoor ik heb besloten te minderen met vlees, toch omdat het beter is voor je gezondheid om af en toe een dagje geen vlees te eten. Ik ken genoeg mensen die hier geen (gehakt)bal van geloven, of liever gezegd dit niet willen geloven. Mensen die denken dat ze een dag zonder vlees nauwelijks zullen overleven. Ik zuig dit echter niet uit mijn duim, lees dit artikel maar eens over de gevolgen voor je lichaam als je stopt met vlees eten. Daarnaast is minder vlees eten ook goed voor het klimaat, minder CO2-uitstoot door de bio-industrie. Helaas is mijn ervaring dat lang niet iedereen dat iets uitmaakt. Verbeter de wereld, begin bij jezelf gaat niet voor hen op. Waarom zou je een wereld willen verbeteren waar je maar zo’n tachtig jaar op doorbrengt? Voor de volgende generatie? Who cares, ik wil geen kinderen.

Waarom dan geen fulltime vegetariër?

Als ik het allemaal zo goed denk te weten, waarom ben ik dan geen fulltime vegetariër? Ik merk dat ik soms niet serieus wordt genomen als ik vraag of ik iets zonder vlees mag, bijvoorbeeld als ik op bezoek ben. Ik eis echt geen dure vleesvervangers van mensen, een gerecht waar voor mij geen vlees in zit is wat mij betreft prima. Het punt is dat mensen het niet begrijpen, omdat ik een dag later vrolijk een broodje hamburger naar binnen schuif. Die verwarring begrijp ik, heus. Ik ben wat dat betreft gewoon een zwakkeling die vlees nauwelijks kan weerstaan. Wat heeft het dan voor nut om vleesloze dagen te hebben? Nou, ik geloof dat alle kleine beetjes helpen. Daarbij is het, zoals ik eerder al noemde, goed voor je gezondheid. Ik eet vier dagen per week vlees en krijg dus nog voldoende protaïnen en vitamine B12 binnen, waardoor ik minder hoef terug te vallen op soms schandelijk dure vleesvervangers. Maar goed, ik geloof dus in het motto alle kleine beetjes helpen. Vlees volledig laten staan vinden veel meer mensen moeilijk. Die schrikken terug van het idee om volledig vegetarisch te worden, want je moet altijd rekening houden met wat je eet, creatieve oplossingen verzinnen om vlees te vervangen en anders vleesvervangers kopen die veel duurder zijn dan kiloknallers. Maar stel nou dat driekwart van de mensen erin zou slagen om het vlees minstens drie dagen per week te laten voor wat het is, zou dat echt totaal geen effect hebben? Zou dat echt niet opwegen tegen die kwart van de bevolking (ruwweg, ik heb de cijfers hier niet) die het vlees volledig laten staan? Ik geloof dat wat ik en de andere flexitariërs doen zeker wel effect heeft, niet alleen voor wereldverbetering, maar ook voor onze gezondheid. En ja, het raakt me dus best wel dat mensen er zo laconiek over denken en niet zien waarom ze er rekening mee moeten houden, gezien ik een ‘nep vegetariër’ ben.

Foto van een kustlijn

Op vakantie met een visuele beperking

“Maar hoe red je je dan op vakantie?”
Deze vraag krijgen volgens mij vrij veel mensen met een visuele beperking. En toch, Als je visueel beperkt bent kan je ook prima op vakantie gaan. Vakantie is leuk, maar ook vermoeiend, helemaal met slecht zicht, dus kun je volgens mij het best kiezen voor een vakantieplek waar je alles kent.

De camping

Ik ben vaak als klein kind bij mijn opa en oma op de camping geweest. Die waren altijd erg bezorgd omdat er veel auto’s rijden. Dit zou voor gevaarlijke situaties kunnen zorgen, want ik zag ze immers niet. Je kunt ze echter wel goed horen, dus was er bijna geen gevaar. Uiteindelijk liep ik zelfstandig over de camping, ik vond dit altijd geweldig. De camping is voor mij al een vakantie. Lekker zwemmen, lopen en ik vond de oudere mensen altijd erg gezellig. Als je je afvraagt of ik daar ook met kinderen van rond mijn eigen leeftijd omging, dan is mijn antwoord, ja zeker. Ik had een beste vriend, met hem speelde ik veel. Nu zoveel jaren later ga ik nog steeds graag naar deze camping, ik ging hier laatst ook met een goede vriendin naartoe. Zij is blind en ik slechtziend. Wij redde ons hier erg goed, want als je zoals ik in een woongroep woont, leer je om zelfstandig te leven. Mijn moeder gaf ons eten mee, en dezelfde dag dat wij daar aankwamen hadden we nog wat extra boodschappen gedaan. Ook is er vlak bij de camping een restaurant dat ik makkelijk kan vinden, waar we een paar keer zijn gaan eten. Zo konden we lekker eten, zonder dat we veel hulp hoefden te vragen. Omdat ik daar al goed de weg ken gingen wij bij mijn opa en oma op bezoek, en zij hielpen ook als het nodig was.

Het hotel

Er zijn ook andere mogelijkheden om op vakantie te gaan, zoals in een Hotel. Ik ben naar een hotel gegaan met iemand, dit hotel heet de Heerlijkheid van Ermelo. Ja je raadt het al, het hotel is in Ermelo. Het personeel is erg vriendelijk en helpt je erg goed. Toen ze ons voor de eerste keer naar een kamer hielpen, vond ik de weg daarna best snel. Heb je hulp nodig? Dan hoef je maar te bellen naar de receptie en ze staan voor je klaar. Het restaurant is erg goed en het personeel is klantvriendelijk. Het eten is ook erg lekker. De weg in het hotel is ook makkelijk te vinden. Als je het ontbijt op de kamer wil, dan regelen ze dat voor je. Dit hotel is erg geschikt voor mensen met een visuele beperking.

Twin Travel

Logo Twin Travel, vakantie visuele beperking

Twin Travel is een reisorganisatie die mensen met een visuele beperking helpt om op vakantie te gaan, waarbij je een hoop kan zien en beleven. Je reist met een groep blinden en slechtzienden, plus een even grote groep begeleiders. Tenzij je een eigen begeleider meeneemt, betaal je de helft van de reissom voor één van deze vrijwilligers, en jouw eigen vakantie helemaal. Dit is dus wel wat duurder, maar je beleeft wel wat. Ik ben zelf met een vriendin naar Ierland geweest, dit was erg mooi. In acht dagen tijd heb ik veel van Ierland gezien en gehoord. Je krijgt elke dag een andere begeleider, dus leer je ook weer andere mensen kennen. Het was een erg leuke en leerzame vakantie, dus ook een aanrader.

Slot

Dus nu weet je een beetje hoe mensen met een visuele beperking op vakantie kunnen gaan. Natuurlijk zijn er nog andere manieren, maar als ik die allemaal moet opnoemen wordt dit eerder een boek dan een blogpost. Wij kunnen dus best goed op vakantie, net zo goed als goed ziende mensen, met soms wat meer hulp en soms ook niet.

Dit artikel werd geschreven door Alex van der Sleen

De stem van de stad: het leven van een opkomend beiaardier

Het is twaalf uur ’s middags. Je loopt door het centrum van de stad. De lucht is vervuld van verschillende geluiden: pratende mensen, de bel van een tram, en Plotseling komen daar klinkende klokken bij. Misschien let je er niet op. Leuk, zo’n geautomatiseerd klokkenspel. Dit is soms waar, maar wist je dat het soms ook een echt persoon is, de beiaardier genaamd, die letterlijk en figuurlijk inspeelt op het moment? Die het carillon bedient en de stad van een extra dimensie van geluid voorziet?

Hoe word je beiaardier?

Toen ik een jaar of drie was hoorde ik een klokkenspel in Doorn. Ik begon me af te vragen hoe dat werkte en toen ik jaren later mijn eerste laptop kreeg, zocht ik het internet af naar het antwoord op die vraag en ontdekte ik dat het instrument de beiaard heet en degene die het bespeelt, de beiaardier. Na wat contact zoeken met verschillende beiaardiers mocht ik zelf een keer op de beiaard spelen om uit te proberen hoe het was. In de video hieronder zie je mijn eerste keer op de beiaard.

Dit sprak me zo aan, dat ik na een aantal jaar de beiaardopleiding in Amersfoort ben gaan doen. Na twee jaar ben ik overgestapt naar een opleiding in Meggelen (België), waar ik nog steeds met veel plezier studeer. Mijn droom is om een leuke, klankrijke carrière op te bouwen. Af en toe geef ik al beiaardconcerten door het land, maar ik hoop hier mijn werk van te kunnen maken.

Hoe hoor je het verschil?

Wanneer je over straat loopt en kerkklokken weer hoort luiden, hoe kun je dan weten of een mens het carillon bespeelt of het gewoon een automaat is? Simpel, een beiaardier legt veel nuance in zijn spel, met soms zachte, soms harde tonen tussendoor. Ook wordt er vaak ingespeeld op de actualiteit, terwijl een automaat vaak dezelfde deuntjes speelt en dat allemaal op hetzelfde volume.

Bekijk ook deze video waarin ik wat meer over mezelf vertel en over wat me drijft.

Dit artikel werd geschreven door Robert Hutten

Foto: beperkt zicht GGZ

Een kijkje binnen de geestelijke gezondheidszorg (GGZ)

Sommigen vragen zich misschien af hoe het is om met beperkt zicht deel te nemen aan een reguliere behandeling bij de geestelijke gezondheidszorg, afgekort: GGZ. Zelf volg ik een 3-daagse deeltijdbehandeling in een groep van 7 personen en in dit artikel beantwoord ik een paar essentiële vragen voor hen die het interessant vinden. 

Is het pand toegankelijk?  

Het gebouw is erg groot. De gangen zijn smal en er zijn veel gespreksruimtes, zowel klein als groot. Aan de binnenkant van het gebouw is te zien dat de GGZ niet is berekend op mensen met een vermindert zicht vermogen. Ware het niet dat het zeker mogelijk is om daar je weg in te vinden. Meestal zit je in meerdere vaste ruimtes. Er zijn ook altijd mensen bereid om je de weg te wijzen. Op de deuren staat het nummer van het lokaal, echter maak ik daar persoonlijk geen gebruik van. In het begin is het een doolhof, maar pluk daar de vruchten van, want je bereikt makkelijker de 10.000 stappen op een dag! 

Uit welke therapieën bestaat de behandeling? 

Weekplanning: dit is officieel gezien geen therapie, maar zeker een belangrijk onderdeel van de behandeling. Hier wordt er besproken hoe jij je week gaat opvullen buiten de behandeldagen en word je je bewust gemaakt van waar je je allemaal mee bezig houdt en gaat houden deze week. Ik had niet verwacht dat ik zo veel aan dit onderdeel zou hebben. Maar niets is minder waar; het helpt voor mij erg goed om stil te staan bij wat je gaat doen de komende week.

Psychotherapie: bij deze therapievorm ga je terug naar belevenissen van het verleden die betrekking hebben op het heden. De reactie die je geeft op gebeurtenissen in het hier en nu, hebben vaak te maken met wat je vroeger mee hebt gemaakt. Een belangrijk onderdeel van deze therapievorm is: het in contact komen met je gevoel. Deze therapie ervaar ik zelf als erg intens en hiermee kom ik het dichtste bij het doel waar ik voor deze behandeling voor ben gaan volgen; het verband kunnen leggen tussen gebeurtenissen uit het verleden en de gevoelens die daarbij komen kijken. Ik was me er niet van bewust dat dit zo’n sterk verband had met elkaar.

Creatieve therapie beeldend: misschien zegt dit je al iets. In deze therapievorm mag je, je creativiteit zijn gang laten gaan. Er wordt gewerkt met thema’s die betrekking hebben op de onderwerpen die zijn besproken in de vorige therapieën. Je kan dit doen door middel van tekenen, schrijven, schilderen, knippen, plakken en kleien. Naderhand laat je zien wat je hebt gemaakt, net zoals de anderen en dan bespreek je het met elkaar. Vaak zie je in de manier van het werkstuk ook wat voor gevoel erbij komt kijken. Veel mensen zijn sceptisch over de therapie. Zelf was ik dit ook, tot die ene oefening. Ik moest mezelf in het midden van een cirkel tekenen en daaromheen hetgeen wat me allemaal in de weg zat in het dagelijks leven. Zonder erbij na te denken tekende ik mezelf in het midden en alles wat me in de weg zat daar heel dicht omheen. De cirkel was helemaal gevuld. Dit bracht me zo’n beklemmend gevoel en vervolgens besefte ik dat dit ook de bedoeling is van deze therapie. Om te kijken hoe het is om hiermee bezig te zijn, wat voor gevoel het bij je oproept en om ineens te beseffen en letterlijk te zien hoe beklemmend het is om in het midden te staan.  

Vaardigheidstraining: Hier worden onder anderen rollenspelen in gedaan om de thema’s die we bespreken in de praktijk bij elkaar toe te passen. Mijn eerste rollenspel was via een video-call vanwege de huidige situatie. Dit ervoer ik eerst als vrij ongemakkelijk, maar al snel kwam ik erachter dat ik daarin niet alleen was en viel het gelukkig mee. Eén van de thema’s die we hebben behandeld is: “Afwijzen”. Hoe wijs je iemand af als je iets niet wilt en wat voor manieren van afwijzen bestaan er? Ik wist helemaal niet dat er iemand is geweest die dat heeft onderzocht en op papier heeft gezet zodat men er bewust van wordt. Is er iemand van jullie die ooit stil heeft gestaan bij de verschillende manieren om “nee” tegen iemand te zeggen?  

Psychomotore therapie: ik maakte de fout om het ‘gymmen” te noemen met een grijns op mijn gezicht toen ik het voor het eerst hoorde. Dit was blijkbaar niet het geval. Er wordt wel degelijk aan een fanatiek potje sport gedaan af en toe, echter is deze therapievorm bedoelt om stil te staan bij wat er van binnen en van buiten gebeurt met je lichaam bij een bepaalde gebeurtenis. Je wordt samen bewust van de signalen die je lichaam afgeeft. Als ik voor mezelf spreek, dan sta ik daar in het dagelijks leven niet altijd bij stil.

Relatie, arbeid en re-integratie: “Hoe ga je om met relaties, zowel op liefdesgebied als op vriendschappelijk gebied? Hoe gaat het op je werk? Voor als je nog geen werk hebt; wat ga je later doen? Ga je een opleiding volgen of gelijk opzoek naar een baan?” Dit zijn een aantal vragen je gesteld kunnen worden. Daarmee hebben jullie gelijk een indicatie van de inhoud van deze therapie.  

Weeksluiting:  Het woord zegt het al; weeksluiting. Het einde van de week is in zicht en het is tijd voor een paar therapie loze dagen. Eigenlijk ben je nooit helemaal klaar met je therapie als je naar huis gaat. Je neemt het mee, verwerkt de gesprekken en werkt aan de doelen die je op hebt gesteld. Buiten de groep is er namelijk ook genoeg oefenmateriaal! In dit onderdeel bespreek je hoe je de komende dagen gaat vullen en of je eventueel een planning hebt gemaakt. Let op: een planning maken is niet verplicht, maar word je wel aangeraden.   

Zijn de therapieën toegankelijk? 

Deze vraag zet mij zelf tot stilstand. Eigenlijk is deze vraag moeilijk te beantwoorden, aangezien ieder persoon anders is. Als ik het vanuit mijn perspectief bekijk, dan is de inhoud redelijk toegankelijk. Redelijk, omdat wij met papieren A2-flappen werken. Hier staan onze problemen, doelen en acties op. Deze hangen wij in iedere ruimte op waar we komen, zodat het goed te zien is waar iedereen aan wil werken. Waarschijnlijk voel je ‘m al aankomen: dit is niet goed leesbaar. Het is dus van groot belang om goed te luisteren wat de anderen zeggen en om zo nu en dan te vragen wat er te lezen is op de grote flappen.  

Dit geldt eigenlijk voor alles binnen de behandeling. Met wat passen en meten en veel vragen kom je enorm ver.